Pre-arranged trading

Beslissing van de Tuchtcommissie DSI

In de zaak tegen de heer X, 
hierna te noemen “Verweerder” (DSI GC 02-04)



1. Het verloop van de procedure

1.1 Bij de Tuchtcommissie is via de directie van het Dutch Securities Institute, nader te noemen “DSI”, een klachtrapport binnengekomen, gedateerd 14 oktober 2002. Dit rapport betreft gedragingen van Verweerder, die naar de mening van DSI in strijd zijn met de Gedragscode van het DSI, in het bijzonder artikel 7.1.1, 7.1.2, 7.2.1 en 7.2.2 van het Algemeen Reglement. 

1.2 De Tuchtcommissie heeft de zaak op 16 oktober 2002 in behandeling genomen. Verweerder is uitgenodigd schriftelijk verweer te voeren, doch heeft aangegeven daaraan geen behoefte te hebben, mede gelet op het feit dat hij reeds zijn bezwaren tegen de klacht naar voren heeft gebracht in een gesprek met het DSI, dat heeft plaatsgevonden op 23 september 2002. Verweerder is tevens uitgenodigd voor de zitting van de Tuchtcommissie van 27 november 2002, doch heeft aangegeven ook daaraan geen behoefte te hebben. Verweerder is derhalve niet op de zitting verschenen. 

1.3 Van de zijde van het DSI was bij de mondelinge behandeling aanwezig Mr. F.B. Demenint. Gelet op het feit dat het DSI een verzoek tot wraking had ingediend ten aanzien van de heer C.J.B. Ebeling en de heer B.H. Henkelman, welk verzoek is gehonoreerd door de Commissie, maakten deze heren geen deel uit van de Commissie die deze zaak behandeld heeft en bestond de Commissie uit de heer R.E. van Esch (voorzitter) en de heren M.W. Scholten en F. Demmenie. De Commissie heeft beraadslaagd, de behandeling van de zaak gesloten en zal thans beslissen.

2. Onderwerp van de klacht

2.1 De klacht is vervat in het klachtenrapport van 14 oktober 2002 en bevat de volgende elementen. Op 20 december 1999 is Verweerder bij DSI geregistreerd als Senior Effectenhandelaar in register I-B. Op 15 oktober 2001 heeft de Tuchtcommissie Euronext een uitspraak gedaan met betrekking tot het handelen van de Verweerder, waarvan Verweerder beroep heeft aangetekend bij de Commissie van Beroep van Euronext. De Commissie van Beroep heeft op 6 juni 2002 uitspraak gedaan, waarbij Verweerder schuldig is bevonden aan overtreding van het verbod van pre-arranged trading, welk vonnis in kracht van gewijsde is gegaan. 

2.2 DSI heeft de juistheid van de uitspraken van de Tuchtcommissie en de Commissie van Beroep van Euronext marginaal getoetst, waarbij niet is gebleken van feitelijke omstandigheden die de zaak anders maken en er derhalve geen aanleiding bestaat om te twijfelen aan de juistheid van het oordeel. DSI acht de gedragingen van Verweerder in strijd met de Gedragscode van DSI, in het bijzonder de artikelen van het Algemeen Reglement genoemd in punt 1.1. van deze beslissing. 

3. De mondelinge behandeling

3.1 Gelet op het feit dat Verweerder geen verweerschrift heeft ingediend en ook niet op de zitting aanwezig is, licht de heer Demenint de klacht verder toe. De heer Demenint verwijst hierbij naar het gespreksverslag DSI en verweerder van 23 september 2002 met een telefonisch vervolg op 30 september 2002, bijgevoegd als bijlage bij de klacht. De heer Demenint geeft aan dat voor DSI bij marginale toetsing de inhoud van de uitspraken van de Tuchtcommissie Euronext en de Commissie van Beroep Euronext vast lijken te staan en door Verweerder tijdens de bespreking niets is aangedragen wat aan deze conclusie doet twijfelen.

3.2 Ter zitting zijn – zakelijk samengevat – voorts nog de volgende vragen gesteld en verklaringen afgelegd:

De heer Van Esch:
(Richting de heer Demenint) “U heeft toelichting gegeven op de klacht als zodanig. Kunt u ook aangeven waarom u tot een verzoek tot schorsing van een jaar komt als strafmaatregel?”

De heer Demenint:
“Het is moeilijk te bepalen wat een goede strafmaat is. We hebben ook gekeken naar de strafmaat die Euronext heeft opgelegd (boete). We vonden het ernstig, maar de verweerder royeren is een te zware straf. Een berisping is te licht en een boete is verweerder reeds door Euronext opgelegd.” 

De heer Van Luyn:
“Ik heb verweerder telefonisch gesproken en hij meldde dat er sowieso al iets niet in orde was met zijn registratie. Kunt u daarop een toelichting geven?”

De heer Demenint:
“Dat klopt. Zoals bekend moet iedereen voor 1 oktober de integriteitsmodule hebben afgerond. Verweerder heeft die module niet gedaan of gehaald. Daardoor is zijn registratie beëindigd per 1 oktober. Het reglement staat DSI toe om alsnog een tuchtzaak aan te spannen, omdat iedereen die een misstap gaat via deze weg de dans kan ontspringen. Wij willen door de uitspraak van de commissie te publiceren, er een preventieve werking van laten uitgaan.”

De heer Van Luyn
“Wat is de effectiviteit, anders dan de publieke werking ervan, van een schorsing van een registratie die al beëindigd is, voor zover dit al mogelijk is?”

De heer Demenint:
“Het gaat voornamelijk om de publieke werking. Er komt voor de duur van de maatregel een melding op de website die iedereen kan lezen.”

De heer Scholten:
“Het lijkt op een schorsing in de voetballerij, waarbij je drie wedstrijden niet mag spelen. Als je die drie weken geblesseerd bent, dan heb je geluk. In dit geval neem ik aan dat zodra verweerder weer spelgerechtigd is, dus zodra hij weer bij een bij DSI geregistreerde instelling aan het werk gaat, de registratie aanvraagt, en dat dàn de schorsing ingaat.”

3.3 De Commissie overlegt kort over de werking van een dergelijke maatregel.

4. De beoordeling van de klacht

4.1 Uit de stukken, de afgelegde verklaring voor zover wederzijds erkend althans niet of onvoldoende betwist en het overige ter zitting behandelde, is het volgende komen vast te staan. De Tuchtcommissie Euronext en vervolgens de Commissie van Beroep Euronext heeft vastgesteld dat Verweerder zich schuldig heeft gemaakt aan pre-arranged trading. Zoals van DSI verwacht mag worden, heeft zij Verweerder in de gelegenheid gesteld één en ander mondeling toe te lichten en argumenten aan te dragen voor een conclusie dat er aanleiding zou bestaan om te twijfelen aan de juistheid van het oordeel van de Tuchtcommissie respectievelijk de Commissie van Beroep Euronext. Uit het gespreksverslag blijkt niet van feitelijke omstandigheden die de zaak anders maken. Verweerder heeft geen verweerschrift opgesteld en heeft zijn zaak ook niet nader toegelicht ter zitting.

4.2 Voor de Tuchtcommissie zijn er derhalve geen gronden om aan te nemen dat de klacht van DSI niet gegrond zou zijn. De registratie van de Verweerder is beëindigd per 1 oktober 2002. Krachtens het Algemeen Reglement is de Tuchtcommissie echter bevoegd om ook na afloop van de registratie een klacht als de onderhavige te behandelen. 

4.3 Bij de bepaling van een maatregel dient de Tuchtcommissie rekening te houden met de boete die Verweerder reeds is opgelegd door de Commissie van Beroep Euronext en het feit dat Verweerder niet langer geregistreerd is. 


5. De beslissing

5.1 De Tuchtcommissie DSI legt aan Verweerder allereerst de maatregel op van een berisping. 

5.2 Voorts legt de Tuchtcommissie DSI aan Verweerder de maatregel op van schorsing van registratie voor één jaar, met dien verstande dat als Verweerder zich binnen nu en een jaar voor registratie aanmeldt en voldoet aan de voorwaarden, dat hij dan op de datum van deze beslissing wordt geschorst voor het restant van het jaar waarvoor hij geschorst zou zijn geweest als hij op dit moment nog een DSI-geregistreerde was geweest.