Hoge recidive onder overtreders gedragsregels – onderzoek

14-03-2016

Financieel adviseurs die in het verleden gedragsregels overtraden gaan later nog veel vaker de fout in. Daarnaast blijkt dat bijna de helft van de adviseurs die hun baan kwijtraakten als gevolg van gedragsovertredingen toch weer een baan krijgen in de financiële sector, zo blijkt uit groot Amerikaans onderzoek onder financieel adviseurs. DSI-directeur Jerry Brouwer roept op tot eenzelfde soort onderzoek in Nederland.

Onderzoekers van de universiteiten van Virginia, Chicago, Minnesota, Standford en de Massachusetts Institute of Technology (MIT) combineerden de gegevens van 1,2 miljoen financieel adviseurs die werkzaam waren in de periode 2005-2015 in één database. Dat is ongeveer 10% van alle medewerkers in de financiële- en verzekeringssector, aldus het rapport, dat hier te lezen is: https://www.dsi.nl/files/financial_advisor_misconduct_2016.pdf.

Op basis van deze gegevens, in feite een enorme steekproef, konden de onderzoekers enkele schokkende conclusies trekken over recidive: financieel adviseurs die bij herhaling gedragsregels overtreden.

Ongeveer 7% van alle financieel adviseurs heeft een geschiedenis van gedragsovertredingen, concluderen de onderzoekers. Adviseurs die ooit een gedragsregel overtraden gaan later vijf keer vaker de fout in dan het gemiddelde.

Ongeveer de helft van de adviseurs bij wie een gedragsovertreding wordt vastgesteld wordt als gevolg daarvan ontslagen. Opvallend is dat 44% van deze mensen, dus bijna de helft, binnen een jaar weer een andere betrekking had in de Amerikaanse financiële sector.

Een gedragsovertreding kost bedrijven door daaropvolgende claims van cliënten gemiddeld $40.000 per geval, berekenden de onderzoekers.

Screening
Jerry Brouwer, directeur DSI, vindt de cijfers schokkend. “Uit dit alles spreekt de noodzaak van een goede personeelsscreening  door een centrale poortwachter die controleert op (ex-)werkgevers en opdrachtgevers. Uit het onderzoek blijkt ook dat dubieuze bedrijven juist gedragsovertreders aantrekken. Als je dan ziet dat bijna de helft van deze adviseurs bij herhaling de fout in gaat, geeft dat te denken over hoe hun werkgevers omgaan met integriteit en deskundigheid.”

Brouwer roept op tot het doen van soortgelijk onderzoek in Nederland.

“Ik zou graag zien dat onafhankelijke instituten zoals universiteiten toegang krijgen tot het soort gegevens die de Amerikaanse onderzoekers hadden. En dat vervolgens gekwantificeerd wordt hoe Nederlandse financiële professionals het doen. Dat is voor de hele sector belangrijk, omdat je het dan vaker kunt doen en je dus om de zoveel jaar kunt nagaan of en hoe toezicht en gedragsbeïnvloeding helpt. Het ontsluiten van dit soort vaak gevoelige data zal niet eenvoudig zijn, maar het belang van dergelijk onderzoek is groot om uiteindelijk het vertrouwen in de financiële sector te versterken.”